Blog

The Cambodian Way, 7 juni 2016, Verena Noort

De dag begon met het ontbijt in het hotel, waarna we naar het kleine dorpje in the middle of no where vertrokken. Het is heter dan de eerste bouwdag, maar iedereen is gemotiveerd om weer aan de slag te gaan. Met het team dat vandaag huisje 5 aanpakt komen we aan, te voet of met onze ‘limousine’ (een houten kar met een generator op wielen). Onder de strakblauwe lucht komt de enige schaduw van een gespannen zeiltje, het dak van het huis en een paar palmbomen die in de buurt staan. Het uitzicht is een open veld waar de Cambodjaanse koeien grazen en sommige ingegraven mijnen nog op scherp staan. De wanden van bladeren waren al verwijderd door het team van de vorige dag. Voor ons betekent dit het maken van het frame waar de nieuwe platen als wanden worden geplaatst, raamkozijnen maken en de vloerplanken losmaken en dichter bij elkaar weer vast timmeren. De locale bouwvakkers laten ons zien hoe het moet. Dezelfde klussen als de vorige dag, maar een andere manier. We leggen ons er maar bij neer, we doen het op de ‘the Cambodian way’. De kinderen kijken naar ons terwijl wij aan het werk zijn, zittend naast hun moeder. Wanneer we terug kijken, kijken ze verlegen weg. Na lunchtijd kunnen we beginnen met de wanden plaatsen. De naden worden dicht gesmeerd, de gaten voor de ramen gezaagd en het frame voor de deur gemaakt. Tegen het einde van de middag zie ik de kinderen spelen met een lange balk, waar ze op en overheen springen. Ze zijn niet meer zo verlegen en wanneer ik mijn hand ophoud voor een high five voel ik de kleine handjes tegen de mijne. De lucht is nu gevuld met witte wolken en de verkoelende wind sterkt aan. Ik raap een papiertje op van de grond en vouw er een vliegtuigje van. Wanneer ik het vliegtuigje een paar keer weggooi kijken ze geïnteresseerd. Ik geef het aan een meisje dat er vrolijk mee speelt. Op zoek naar een nieuw stukje papier, nog een vliegtuigje vouwen. Deze blijft iets beter zweven op de wind, waarna ik het weg geef aan een ander kind. Dan komt er een jongetje naar me toe. Hij geeft me een prachtig gevouwen doosje en wijst naar zijn moeder. Ik bedank haar met een lach en een lichte buiging met mijn handen tegen elkaar gedrukt. Het mooiste souvenir kan je niet kopen, je kan het alleen krijgen. Voorzichtig leg ik het naast me neer als een meisje aan komt rennen met meer papier dat uit een schrift lijkt te komen. Ik scheur het door midden, vouw nog twee vliegtuigjes en krijg te horen dat we moeten vertrekken. De kinderen gooien de vliegtuigjes vol enthousiasme keer op keer terwijl we langzaam zwaaiend weglopen, terug naar de bus. Onderweg komen we nog een afscheidscomité aan kinderen tegen die al hangend aan armen en benen, lachend en spelend met ons mee lopen. We stappen de bus in, zwaaien nog een laatste keer en dommelen weg na een dag van werken, spelen en lachen.
Wordt vervolgd.
Groet Verena